Wie is Erasmus?


Erasmus
In de tijdgeest van de verlichte Renaissance groeide Erasmus (Rotterdam, 1466/67/69 – Bazel,1536) uit tot geleerde, filosoof, theoloog, pedagoog, schrijver, maatschappijcriticus en wereldburger. Als Nederlands belangrijkste humanist heeft Erasmus een blijvende bijdrage geleverd aan de tolerante Nederlandse samenleving.

Desiderius Erasmus
De jongensnaam Desiderius betekent ‘begeerde’ of ‘gewenste’, zoals wij in onze tijd nog altijd Desirée kennen als meisjesnaam. Zijn zelfgekozen voornaam Desiderius is waarschijnlijk bedoeld als Latijnse vertaling van zijn doopnaam Erasmus (Grieks: erao = Latijn: desidero).

Desiderius Erasmus Roterodamus
Later voegde Erasmus Roterodamus toe aan zijn naam, waarmee de reizende wereldburger verwees naar zijn geboorteplaats in Nederland.

 

© RGvT

© RGvT

Jeugd
Voor de jonge Erasmus, tussen 1466 en 1469 geboren in Rotterdam als Gerrit Gerritszoon, leek aanvankelijk geen gouden toekomst weggelegd. Zijn vader was Gerard Rogerii, een priester uit Gouda. Zijn moeder was Margaretha, een dochter van een chirurgijn uit Zevenbergen. Uit hun relatie werd Erasmus als onwettig kind geboren. Om de zwangerschap verborgen te houden woonde zijn moeder tijdelijk in Rotterdam, waar Erasmus de eerste drie à vier jaar van zijn leven zou blijven. Onder de Hollandse naam Geert Geerts groeide hij
op in Gouda, als kind bezocht hij de parochieschool. Daarna volgde hij het voortgezet onderwijs aan de beroemde Latijnse School in Deventer. Deventer was in die tijd het centrum van de Moderne Devotie, een stroming die de nadruk legde op de gewone mens die zonder heiligenverering in direct contact kon komen met God. Na het overlijden van zijn ouders bezocht hij de Latijnse School in ’s Hertogenbosch.
Het waren niet de gelukkigste jaren van zijn leven, zou hij later schrijven.

Kloosterleven – studie – wereldburger
Zijn voogden lieten hem in 1487 toetreden tot het Augustijner Klooster te Stein, dicht bij Gouda. In de bibliotheek stortte de jonge Erasmus zich op de klassieken en verslond het werk van grootheden als Ovidius, Cicero en Vergilius. Hier werd de basis gelegd voor zijn humanistische ontwikkeling.

In 1492 volgde zijn priesterwijding, maar hij mocht snel het klooster verlaten, omdat de bisschop van Kamerijk/Cambrai (Frankrijk) hem tot zijn secretaris benoemde. Hierna zou hij nooit meer in het klooster terugkeren. Het strenge, afgesloten kloosterleven was voor Erasmus geen roeping geweest.

Van 1495 tot 1499 studeerde hij theologie aan de Sorbonne in Parijs. Daar kon hij bijverdienen door privélessen te geven aan leerlingen van rijke ouders. Ondertussen bestudeerde Erasmus de drie talen waarin de christelijke bronnen van wijsheid geschreven waren: Grieks, Latijn en Hebreeuws. Na zijn Parijse periode trok hij door West-Europa; steeds op zoek naar geestverwanten, naar drukkers en uitgevers die zijn boeken wilden drukken en naar mecenassen die met gulle toelagen ervoor konden zorgen dat hij zijn boeken kon (blijven) schrijven en laten uitgeven.

In 1499 ging hij voor de eerste keer naar Engeland en sloot daar vriendschap met Thomas More, humanist en raadgever van de Engelse koning Hendrik VIII.

In 1506 vertrok Erasmus naar Italië. Hij verbleef er drie jaar en woonde onder meer in Turijn, Bologna, Rome en Venetië. Met eigen ogen zag hij de oorlogszuchtige en pronkzuchtige paus Julius II met zijn troepen Bologna binnenvallen.

1509: Op reis van Italië naar Engeland, bedacht hij de satire Lof der Zotheid (Moriae encomium, sive Stultitiae laus), die hij zou opdragen aan zijn vriend Thomas More.

1511: In Parijs verscheen de eerste druk van Lof der Zotheid.

In 1512 werd Erasmus voor enkele jaren professor in de Griekse taal- en letterkunde aan de universiteit van Cambridge. Daar schreef hij ook een Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament. In deze bijbelvertaling liet Erasmus de twee belangrijkste aspecten van zijn gedachtegoed samenkomen: humanisme en persoonlijke religie.In 1516 werd Erasmus benoemd tot raadsman van de toen zestienjarige Karel V, koning van Spanje en landsheer der Nederlanden.

Van 1516 tot 1521 vestigde hij zich in Antwerpen, Brugge en Mechelen. In Leuven was hij verbonden aan de Universiteit en mede-oprichter van een opleidingsinstituut voor studie in Grieks, Latijn en Hebreeuws. Dit college heeft sterk bijgedragen aan de verspreiding en verdieping van het Humanisme.

Rond 1517 raakte Erasmus in conflict met een andere kerkhervormer, de Duitser Maarten Luther. Ook Luther had kritiek op het losbandige leven van kerkelijke leiders en de verkoop van aflaatbrieven. Hij stichtte de sobere en deugdzame Gereformeerde Kerk, zonder pauselijk gezag. Alhoewel Erasmus het decadente katholicisme evenzeer veroordeelde, wilde hij de eenheid in de kerk bewaren. Als relativerende humanist nam hij afstand van Luther’s radicalisme en riep op om de geschillen met verdraagzaamheid en redelijkheid op te lossen.

Toen de Reformatie van Luther doordrong in West-Europa, verhuisde Erasmus naar Bazel vanwege het (nog) vrije geestelijke klimaat aldaar. Vanaf 1525 ging zijn gezondheid achteruit. Ook bracht de expansiedrift van de Ottomanen hem uit zijn evenwicht. De ‘Turkendreiging’ vond zijn climax in 1529, met het beleg van Wenen. Erasmus vond dat het christendom zich hier tegen moest weren.

Ziek en reumatisch stierf hij in 1536 in het woonhuis van zijn drukker en beschermheer Froben. In Bazel is zijn grafsteen nog altijd te bezichtigen. Zijn literaire nalatenschap bevindt zich grotendeels in de Gemeentebibliotheek van Rotterdam, waaronder enkele bijzondere edities van zijn Lof der Zotheid.

‘Ik wil een wereldburger zijn, aan allen te behoren’
Tijdens zijn stedenreizen kwam Erasmus zelden of nooit in zijn geboorteland. Hij typeerde zichzelf als wereldburger.

Een andere bekende uitspraak van Erasmus: ‘Overal waar de aarde is, is mijn vaderland’.

 

‘Portrait of Erasmus of Rotterdam’, 1517, kunstschilder Quinten Massijs.

‘Portrait of Erasmus of Rotterdam’, 1517, schilder Quinten Massijs.

Christen – pacifist – criticus
Als theoloog predikte Erasmus naastenliefde en hield hij iedereen de eenvoud van Christus voor. Dogma’s en onverdraagzaamheid verwierp hij. Hij schreef het Handboek van de Christenstrijder, waarin hij voorhield dat de innerlijke geloofsbeleving belangrijker is dan de uiterlijke heiligen- en beeldenverering. Naast zijn christelijke oproep liet hij ook van zich horen als humanist en maatschappijcriticus. Enerzijds was hij de bedachtzame geleerde zoals afgebeeld op de schilderijen van Hans Holbein de Jonge en Quinten Massijs: de verzoener, de vredestichter, de pacifist. Erasmus riep koningen en pausen op tot het bewaken van de blijvende vrede. Anderzijds was hij ook de spottende literator, de felle polemist die moralistische satires schreef over de dwaasheid en schijnheiligheid van het volk, over de decadentie van priesters en pausen, over de zelfzucht van vorsten en de zelfingenomenheid van staatslieden, kooplieden en wetenschappers.

‘Portrait of Desiderius Erasmus of Rotterdam with Renaissance Pilaster’, 1523, kunstschilder Hans Holbein de Jonge.

‘Portrait of Desiderius Erasmus of Rotterdam with Renaissance Pilaster’, 1523, kunstschilder Hans Holbein de Jonge.


Lof der Zotheid  –  ruim 500 jaar
In 1511, ruim 500 jaar geleden, verscheen in Parijs de eerste editie van Lof der Zotheid. Het concept bedacht Erasmus in 1509, tijdens zijn reis van Italië naar Engeland. Eenmaal op schrift droeg hij deze doldwaze, maatschappijkritische satire op aan zijn vriend Thomas More.

Bijtend maar humorvol, drijft Erasmus de spot met kerkelijke en menselijke onvolkomenheden. Vrijwel iedereen passeert de revue, van kooplieden, woekeraars, medici, wetenschappers, juristen, pausen en kardinalen, tot vorsten en bestuurders. Om zijn kritiek genadeloos te kunnen spuien, maar zelf voor critici buiten schot te blijven, bedacht hij een list: hij liet de nar Moria voor hem spreken. Deze Vrouwe Zotheid steekt in haar monoloog de draak met alles en iedereen, ook met eenvoudige mensen en bijgelovigen.

Volgens Erasmus moeten schrijvers vrij en ongestraft de maatschappij en de religie kunnen bekritiseren, zolang die vrijheid niet ontaardt in kwaadaardigheid.

Volgens Erasmus moeten schrijvers vrij en ongestraft de maatschappij en de religie kunnen bekritiseren, zolang die vrijheid niet ontaardt in kwaadaardigheid.

Paradoxale lofrede op de Dwaasheid
In een lofrede op haarzelf, de Zot – de Dwaas, prijst zij de dwaasheid als hét sociale, politieke en religieuze bindmiddel. Alle illusies over leven, liefde, huwelijk en vriendschap, maar ook over politiek, godsdienst en oorlog blijken gebaseerd op dwaasheid. Zij legt uit hoeveel de mensheid aan haar te danken heeft en hoe saai en onaangenaam het leven zou zijn zonder haar. Dwaasheid is de bron van alles. Sterker nog, zonder Zotheid kan de wereld niet bestaan. Zonder Dwaasheid zou de mens in verstandig beredeneerde somberheid ten onder gaan.

De Lof der Zotheid hoort tot het genre van de paradoxale lofrede, waarin geprezen wordt wat bepaald niet prijzenswaardig is. De lezer wordt voortdurend op het verkeerde been gezet. Moet je alle uitspraken dóór de Dwaasheid óver de Dwaasheid serieus nemen? Spreekt Vrouwe Zotheid over wijze dwaasheid of over verwaande wijsheid die louter dwaasheid is? Of … bespot Erasmus ook de dwaasheid zélf? Deze klassieker uit de wereldliteratuur heeft vele generaties aangespoord om de samenleving met een relativerende, open blik te bezien.

Kantlijn-illustratie in Lof der Zotheid, uitgave 1515, kunstschilder Hans Holbein de Jonge. Holbein schetst een nar, een olijke jonge vrouw die vanaf de preekstoel haar dwaze wijsheden verkondigt. Of haar wijze dwaasheden …?

Kantlijntekening in Lof der Zotheid, uitgave 1515, kunstschilder Hans Holbein de Jonge. Holbein schetst een nar, een olijke jonge vrouw die vanaf de preekstoel haar dwaze wijsheden verkondigt. Of haar wijze dwaasheden …?

Het humanisme van Erasmus
Humanisme kent een klassieke en een moderne variant. Erasmus was een klassiek humanist: hij baseerde zijn gedachtengoed op de boeken van de oude Grieken en Romeinen. Met deze studie stelden de klassieke humanisten het mens-zijn centraal. De aandacht richtte zich daarbij op het zgn. educatieve optimisme, zoals goed onderwijs en een goede opvoeding.

De klassieke humanisten hadden kritiek op de decadente Rooms-Katholieke Kerk. Zij spoorden aan tot een zuivere geloofshouding en zetten zich af tegen uiterlijke geloofsbeleving, zoals bedevaarten, opzichtig bidden en heiligen-, relieken- en beeldenverering. Toch wilde Erasmus niemand dit soort dingen ontzeggen. Als iemand meent ze nodig te hebben, dan moet dat kunnen.

Na de donkere Middeleeuwen waarin God de Almachtige centraal stond, vochten de klassieke humanisten voor vernieuwing en ‘herbronning’. Niet de wonderen en de bovennatuurlijke verhalen van de kerk vormen de basis, maar het gezonde verstand van de mens, de rede. Hun grootste inspiratiebron hiervoor waren de geleerden en schrijvers uit de Oudheid. Maar ook putten zij gretig uit de werken van de 14e eeuwse schrijvers/dichters Francesco Petrarca en Giovanni Boccaccio, beiden belangrijke exponenten van de Italiaanse Renaissanceliteratuur.

De humanist in de tijd van Erasmus was ook beoefenaar van de Studia Humanitatis; de vakken van de menselijke beschaving: grammatica (taal), rhetorica (communicatie), poëzie (schrijfvaardigheid), ethiek (moraalfilosofie in theorie) en geschiedschrijving (moraalfilosofie in de praktijk). Studia Humanitatis stond voor de vorming van een harmonische samenleving met specifieke aandacht voor: vriendelijkheid, verdraagzaamheid, hoffelijkheid, goede omgangsvormen en de kunst van debat en dialoog.

Het verband tussen Renaissance en Humanisme bracht lering én vermaak. Het nieuwe mensbeeld richtte zich op een totaal nieuwe levensopvatting. Niet langer was het hiernamaals het enige doel van het leven, maar ook het aardse leven mocht gezegevierd worden. Zelfbeschikkingsrecht en zelfontplooiing maakten dat de mens nu ook plezier kon scheppen in het gewone, dagelijkse leven. Op alle gebieden ontstond een ongekende bloei: de kunst, architectuur, literatuur, muziek, filosofie en de wetenschap.

Mens van Vitruvius, 1490. Tekening Leonardo da Vinci. De Vitruviusman als een symbool van het humanisme, met de mens als het middelpunt van het heelal.

‘Mens van Vitruvius’, 1490, Leonardo da Vinci. De Vitruvius-man kan gezien worden als symbool van het humanisme, de mens als middelpunt van het heelal.

Hedendaags humanisme
Tegenwoordig kenmerkt het humanisme zich door een niet- of antigodsdienstig karakter. In de 19e en 20e eeuw is deze vorm van humanisme tot ontwikkeling gekomen. Na de Verlichting moest de mens afgaan op het licht van de Rede. Zelfbeschikking, autonomie en geloof staan centraal in de rationaliteit. De mens is het centrum van het universum. Het klassieke en moderne humanisme hebben gemeen: de verdediging van de menselijke vrijheid, gelijkwaardigheid, medemenselijkheid, redelijkheid, tolerantie die polemiek niet uitsluit. We noemen hier vijf grote denkers die in woord en daad van grote invloed zijn geweest op de eigentijdse humanistische levensbeschouwing: Socrates, Erasmus, Voltaire, Marx en Sartre.

Erasmus – nog altijd actueel en inspirerend
De humanistische leer van Erasmus is diep doorgedrongen in het openbare leven van Nederland. Veel thema’s waarover Erasmus publiceerde zijn 500 jaar na dato nog zeer actueel. Zoals zijn pleidooi voor verdraagzaamheid en vrijheid van meningsuiting, het belang van debat en dialoog en de rol daarbij van humor, spot en ironie.

Reeds in de 16e en 17e eeuw werkte zijn gedachtegoed door in politieke figuren als Willem van Oranje en Johan de Witt, in schrijvers en filosofen als Joost van den Vondel, P.C. Hooft, Hugo de Groot, Christiaan Huygens en Baruch Spinoza.

Sinds 1958 wordt de gerenommeerde Erasmusprijs uitgereikt. Koning Willem-Alexander volgde zijn grootvader Prins Bernhard op om de jaarlijkse prijs aan de laureaten te overhandigen. In 2007 stond de Boekenweek in het teken van Lof der Zotheid – Scherts, Satire en Ironie.

De denkbeelden van Erasmus worden wereldwijd uitgedragen met vele vertalingen van zijn boeken en geschriften. Door de eeuwen heen volgden vooral in Nederland meerdere vertalingen van al zijn werken. De satirische bestseller Lof der Zotheid behoort tot onze vaderlandse, literaire canon. Vermeldenswaard is de vertaling van Harm-Jan van Dam (1e druk 2001), voorzien van illustraties van tien Nederlandse cartoonisten en striptekenaars. Het boekwerkje sluit af met een interessant nawoord, verklarende noten en een alfabetisch namenregister.

zzzz boek

Enkele overige hoofdwerken van Erasmus

1500 – Adagia
Adagia is een verzameling van antieke uitspraken. Het was vrijwel het eerste gedrukte werk van Erasmus. Gedurende zijn hele leven bleef hij deze bloemlezing uitbreiden. Meerdere spreekwoorden maken nog steeds deel uit van ons taalgebruik.

1503 – Handboekje voor de christenstrijder
Het handboek leerde dat de innerlijke en geestelijke kant van het christendom belangrijker was dan kerkelijke rituelen en voorschriften

1516 – De opvoeding van een christenprins
Een boek vol goede raad aan de jonge Karel V, de latere Koning van Spanje, Keizer van het Duitse Rijk en Landsheer der Nederlanden. Erasmus houdt hem voor een zorgzame en vreedzame vorst te worden.

1523 – Colloquia
De Samenspraken (Colloquia) was een moralistisch, maar ook een humoristisch werk. Mede daardoor wordt het nog steeds gelezen. Erasmus wilde hierin uitdrukken wat hij van de wereld en de mensen verwacht: een gezuiverde christelijke samenleving, eenvoud, welwillendheid, verdraagzaamheid en vrede. De Samenspraken riepen direct negatieve reacties op, omdat Erasmus niet alleen zaken, maar ook personen aanviel. Bijzonder is dat veel Samenspraken uitgesproken werden door vrouwen met een verstandige visie. Dat was zeer ongebruikelijk voor die tijd.

1524 – Over de vrijheid van de wil
In dit geschrift reageert Erasmus op Luther, aangaande het theologisch probleem van de vrije wil. Luther meende dat de menselijke wil een slaaf is van de zonde. Erasmus was van oordeel dat de menselijke wil een eigen keuze kon maken voor het goede.

Brieven
Erasmus is één van de grootste brievenschrijvers uit de Europese geschiedenis. In zijn tijd golden brieven als gebruikelijk communicatiemiddel tussen intellectuelen. Daarnaast schreef Erasmus ook brieven om te publiceren. Dit waren pamfletten of betogen. Van de periode na 1516 zijn veel brieven overgeleverd. De bewaarde brieven zijn uitgegeven door de Universiteit van Oxford.

Tekst: Hanneke Besseling

  terug naar ERASMUS PROGRAMMA DE STENEN KAMER THEATERDAG 2015

Sponsoren